Toespraak expositie Holland Huis Scherpenisse
Over abstract schilderen, mijn abstract schilderen, wil ik toch wat vertellen. Toen ik met schilderen begon had ik weinig tot niets met abstract schilderen. Ik behoorde meer bij de groep mensen die beweerden “dat kan mijn kind ook”. Á la Maarten van Rossum zal ik maar zeggen. Die onlangs in een uitzending van “De Slimste Mens” een betoog hield waarin hij de abstracte schilderkunst afschilderde (woordgrapje) als iets waarop “we” niet zitten te wachten. ‘’Van zo’n abstracte voorstelling wordt men onrustig. Je brein wil er niet aan. Dat wil begrijpen wat het voorstelt, en dat werkt niet bij abstractie’’. Om zijn gelijk te onderstrepen had hij het over een schilderij van Mondriaan dat schijnbaar jarenlang op zijn kop had gehangen en dat had niemand opgemerkt, ha ha. Maar ik ben van mening dat een goed schilderij, of het nu links/rechts of ondersteboven hangt altijd interessant blijft om naar te kijken. Dus dat men niet zag dat de Mondriaan op zijn kop hing, is in mijn ogen een groot compliment voor het schilderij en de schilder. Mijn fascinatie voor het abstract schilderen nam serieuze vormen aan toen ik voor het eerst “untitled XV”, een schilderij van Willem de Kooning, in museum De Pont in Tilburg zag. Ik kende het schilderij wel van een afbeelding, maar was daar niet echt zo van onder de indruk. Maar het echt zien: Ik vond het een prachtig schilderij, ik kon er naar blijven kijken. Ik snapte opeens waarom Willem de Kooning zo wereldberoemd is geworden. Dat heeft mij er toe aangezet om te onderzoeken of ik er ook zelf in zou kunnen slagen om boeiende abstracte composities te kunnen maken. Ziehier wat resultaten van deze zoektocht. Tot slot wil ik nog even kwijt dat de term “dat kan een kind ook” wat mij betreft wordt veranderd in “dat kan alleen een kind”.